Spanky

“Ik heb een goede vriendin die zichzelf van het ene op het andere moment een idioot en complete mislukkeling vindt. Wanneer ze weer eens in zo’n zelfkritische bui is, zeg ik dat ze niet langer naar Spanky moet luisteren. Spanky is de codenaam voor haar gemene innerlijke stem die zich roert in tijden van stress, haar genadeloos op de kop geeft en ervoor zorgt dat ze zich nietig voelt.”

In een zoveelste zelfhulpboek lees ik deze herkenbare anekdote met enigszins opgetrokken wenkbrauwen. Niet omdat ik onbekend ben met een innerlijke criticus of omdat deze in het boek een naam heeft gekregen. Mijn innerlijke stem heeft zich jaren geleden al aan me voorgesteld. Het is de naam, Spanky, die me treft. Het klinkt zo… zo… grappig en schattig. Het is zo cartoonesk. Spanky. Als een figuurtje uit een Disneyfilm dat billenkoek krijgt omdat het uit de koektrommel heeft gesnoept. Niet bepaald het type dat je genadeloos op de kop geeft en ervoor zorgt dat je je nietig voelt.

Mijn eigen innerlijke criticus is daar overigens erg bedreven in. En helaas voor mij heeft ze afgelopen weken de geest gekregen en laat ze me geen moment met rust. Irritant is dat ze zichzelf constant tegenspreekt. ‘Doe toch eens rústig mens’, sneert ze. Maar als ik dan op de bank lekker naar Say yes to the dress zit te kijken, roeptoetert ze dat ik wasjes moet gaan vouwen, moet koken, stofzuigen, mijn schoenen moet poetsen, die rekening moet betalen en dat pakketje op de post moet doen. Maar het ergste is dat ze zo gemeen kan zijn, en nooit eens d’r kop houdt. Ze heeft overal commentaar op, vooral als ze op haar favoriete stekje zit: de badkamerspiegel. Bah.

Nu is ze niet alleen. Nee joh, het is een drukke bedoeling in mijn bovenkamer kan ik je vertellen. In hetzelfde zelfhulpboek wordt je persoon vergeleken met een bus. Ieder mens bestaat uit een heleboel ‘Ikken’ die met veel lawaai de bus besturen, en d’r zitten er ook een paar in de kofferbak die niks te zeggen hebben. De truc is om ze uit de kofferbak te halen, zodat ook zij af en toe het stuur kunnen overnemen en het wat rustiger wordt in de bus. Ik denk: was het maar een bus. Bij mij speelt er daarbinnen een honderdkoppig orkest, en de laatste tijd zijn ze onder leiding van mijn innerlijke criticus erg druk met het instuderen van de symfonieën ‘We zijn er bijna’ en ‘Van je hela hola’.

Als ik bij mijn wederhelft informeer hoe het met de kritische stem in zijn hoofd is gesteld, kijkt hij me niet begrijpend aan. ‘Als je in de spiegel kijkt, denk je dan nooit: “ik krijg een dikke oude kop?”’, expliceer ik. Hij haalt zijn schouders op. ‘Als ik in de spiegel kijk, denk ik: “ziet er super lekker uit”.’ Tot zover mijn zoektocht naar bevestiging, maar tegelijkertijd besef ik dat ik mijn eigen Spanky wel erg serieus neem. Ineens lijkt het toch niet zo’n slecht idee om er wat luchtiger mee om te gaan.

Het gaat me te ver om haar een andere naam te geven. Daarvoor is mijn innerlijke criticus, die ik Feeks Frida heb gedoopt, te ingeburgerd. Maar ik kan haar wel cartoonesk maken. Na wat afbeeldingen googlen heb ik haar gevonden. Het ís haar gewoon. Ze past zo in een Disneyfilm. De gemene heks, maar eigenlijk heel grappig en schattig.

Wil je geen blogs missen? Meld je aan voor de nieuwsbrief.


Illustratie: Eran Alboher
 

3 reacties op “Spanky

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *