Gehaktballen

We gaan op vakantie en nemen mee: gehaktballen. Zeker een halve kilo half-om-half voor onderweg. Het is een vast onderdeel van de pre-vakantiestress, waar overigens alleen ik aan lijd, want ik ben de Inpakker en Gehaktballenbakker van ons twee. Het aandeel van mijn man beperkt zich min of meer tot het vragen of ik echt niks vergeten ben, meestal als we al een of twee landsgrenzen gepasseerd zijn. ‘Heb je de nagelknipper mee?’ ‘De blikopener?’ ‘Ductape?’

‘Heb je gehaktballen?’ is een retorische vraag. Zonder ballen geen vakantie. Want je moet je vakantie wel in de startblokken zetten. Sommige mensen bezoeken eerst even hun ouders. Anderen stoppen meteen na de grens om een buitenlands kopje koffie te drinken. Of hebben het kopen van de Telegraaf in de campingwinkel als vakantieritueel. Je hebt een vaste gewoonte nodig, zodat de boel op gang komt.

Het begon twintig jaar geleden, toen mijn man als eerstejaars geologiestudent op veldwerk ging om rotsen te bestuderen. Ik gaf hem op reis naar Zuid-Spanje mijn liefde mee in de vorm van een kilo aan gehaktballen, met heel veel knoflook en sambal. Nog voor Maastricht werd hij bijna de bus uitgezet. Volgens mijn man zeker niet omdat de zwavellucht iedereen de adem smoorde, maar vanwege  ‘pure jaloezie’ van zijn medestudenten.

Inmiddels pak ik ze steviger in, wat totaal zinloos is, want mijn man staat er op dat we ze ín de auto opeten. Voor hem geen vakantiegevoel zonder dat de autoramen bol hebben gestaan van het weeïge bouquet van knoflook en Redbull. Zodra we de straat uit zijn, roept hij jolig ‘ik lust wel een balletje!’. En daarmee geeft hij het startschot van de vakantie. We zijn vertrokken.

Plaats als eerste een reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *