Bubbel

Donderdagmiddag 12 maart. Onze directeur heeft net iedereen per direct naar huis gestuurd. We moeten vanwege COVID-19 voorlopig thuiswerken. Een kwartiertje later kijk ik met een onbehaaglijk gevoel naar mijn collega Fé, die naar huis fietst met een beeldscherm onder haar arm. Vanaf dat moment zien Fé en ik zes maanden lang alleen elkaars virtuele versies.

Het thuiswerken vind ik heerlijk. In mijn sweatpants en met verse koffie gaat het Zoomen, Skypen, chatten, Teamsen, Facetimen, appen, mailen, en oh ja, af en toe bellen mij prima af. Sterker nog, ik ben efficiënter, raak niet zo snel afgeleid en word minder snel moe. Fé vindt het thuiswerken daarentegen vreselijk. Sinds het weer mag, gaat ze minstens een dag per week naar kantoor om collega’s in levende lijve te zien. Al weken vraagt ze wanneer ik nou eindelijk kom. Maar mijn sweatpants en ik blijven liever met een grote kan koffie in onze coronabubbel zitten.

Donderdagochtend 24 september. Ik zoek al een half uur naar mijn badge, want na zes maanden verlaat ik, op hardnekkig aandringen van Fé, met grote tegenzin mijn bubbel. Uiteindelijk vind ik dat stomme ding in mijn winterjas in een doos op zolder. VANESSA met hoofdletters, staat erop. Daaronder in kleinere letters mijn achternaam Cruz. Uit burele ongehoorzaamheid draag ik mijn badge zelden, collega’s weten heus wel hoe ik heet. Maar na een half jaar thuiswerken weet ik dat zo zeker nog niet, en lijkt een naamplaatje best handig.

Als ik even later de 5e etage van ons pand betreed, hijgend van het traplopen omdat ik niet met de lift durf, bekruipt me hetzelfde gevoel als op 12 maart. Ik volg de blauwe pijlen op de vloer, loop langs muurstickers met 1,5 meter en een heleboel uitroeptekens erop, voorbij de met een ketting afgesloten garderobe, de lege bureaus zonder bureaustoel en de desinfecterende pompjes. Ik wil net rechtsomkeert maken en de trap afsneaken als ik haar zie. FÉ schreeuwt haar badge. Daaronder staat in kleinere letters haar achternaam de Ratie. Ze lacht breed, steekt haar ellebogen naar me uit. En ik bedenk me dat tegen Fé in levende lijve geen sweatpants en verse koffie op kan.

Dinsdagochtend 29 september. Onze directeur heeft net iedereen een mailtje gestuurd. We moeten vanwege COVID-19 voorlopig thuiswerken. Ik zit weer in mijn bubbel en vraag me af hoe lang Fé en ik alleen elkaars virtuele versies zullen zien.  


Foto: Zdenek Machácek

Eén reactie op “Bubbel

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *